Woordenlijst Koreaans-Nederlands

WOORDENLIJST

KOREAANS – NEDERLANDS

Ageumson - Tijgerbek / Booghand (ook Kaljaebi)

Ahop - Negen

An – Inwaarts, t.o.v. jezelf

An Palmok - Binnenkant onderarm (duimzijde)

Ap – Voorwaarts

Apcha Mumchugi - Afstoppen met Ap Chagi

Apcha Olligi - Voorwaartse zwaai met gestrekt been met Apchook

Apchook – Bal van de voet

Apchook Biteuro Chagi - Draaitrap met de bal van de voet

Ap Joochoom Seogi - Paardrijstand waarbij beide voeten 45 graden naar links of rechts zijn gedraaid

Apjoomeok – Voorkant vuist

Ap Koa Seogi – Voorlangs gekruiste stand

Apkoobi Seogi – Lange voorwaartse stand

An Makki -  Inwaarts blok

An Naeryo Chagi – Neerwaartse trap van buiten naar binnen

Apseogi – Korte voorwaartse stand / Loopstand

Arae – Gedeelte van het lichaam onder de navel

Bakat – Uitwaarts, t.o.v. jezelf

Bakat Makki – Uitwaarts blok

Bakat Naeryo Chagi – Neerwaartse trap van binnen naar buiten

Bakat Palmok - Buitenkant onderarm (pinkzijde)

Bal – Voet

Baldabak – Voetzool

Balbadak An Nooleo Chagi – Binnenwaartse druktrap met de voetzool

Balbadak Bandae Dollyo Chagi – Tegengestelde cirkeltrap met de voetzool

Balbadak Naeryo Chagi – Neerwaartse trap met voetzool

Balbadak Pyojeok Chagi – Doeltrap met de voetzool

Baldeung – Wreef

Baldeung Ap Chagi – Voorwaartse trap met de wreef

Baldeung Biteuro Chagi – Draaitrap met de wreef

Baldeung Dollyo Chagi – Rondwaartse trap met de wreef

Balkeut – Tenen / Teentoppen

Balmok – Enkel

Balnal – Mesvoet, kleine teenzijde

Balnal Bakat Nooleo Chagi – Buitenwaartse druktrap met de mesvoet

Balnal Biteuro Chagi - Draaitrap met de mesvoet

Balnal Deung - Binnenmesvoet (grote teenzijde)

Balnal Dwit Chagi – Achterwaartse trap met de mesvoet

Bamjoomeok – Knokkelvuist: normale vuist waarbij de middel- of wijsvinger iets naar voren wordt geschoven

Ban-Chayu Daeryon – Semi-vrij sparren, op aangeven (ook Panyaju)

Bandae – Tegengesteld gericht (t.o.v. standbeen)

Bandae Dollyo Chagi – Tegengestelde cirkeltrap: deze trap is enigszins het spiegelbeeld  van Dollyo Chagi, nl. i.p.v. buiten naar binnen, van binnen naar buiten

Bandal Chagi – Halve maan-trap / 45 graden Dollyo (tussen Ap- en Dollyo Chagi in)

Baro – Gelijk gericht (t.o.v. standbeen)

Batangson – Achterhandpalm

Bawi – Rots

Beomseogi – Tijgerstand / Katstand

Biteuro - Verdraaid

Biteuro Chagi – Draaitrap: spiegelbeeld van Bandal Chagi

Bojoomeok – Beschermde vuist

Chagi - Traptechnieken

Cha Mumchugi – Afstoptechnieken met het been

Charyot - Commando ‘In de houding’ (Moa Seogi)

Chayu Daeryon – Vrij sparren

Chigi - Slagtechnieken

Chil - Zeven (in samenstellingen)

Chireugi - Steektechnieken

Chokki Daeryon - Non-contact sparren met alleen voet- en beentechnieken

Chong - Blauw / Deelnemer in blauwe Hogo

Dan - Benaming van de 9 graden van de zwarte band

Dangsan – Na elkaar

Dangyo – Omgekeerd opwaarts

Dari – Been

Deung – Rug

Deungjoomeok – Rugkant vuist

Dobok - Taekwondopak

Dojang – Trainingsruimte

Dollyo – Rondwaarts, cirkelend, draaiend

Dollyo – Chagi Rondwaartse trap

Doobaldangsan – Wanneer in één sprong twee trappen worden uitgevoerd met beide voeten, zonder tussentijds de grond te raken

Doobeon – Twee keer / dubbel

Dwichook – Onderkant hiel

Dwichook Ap Chagi – Voorwaartse trap met de onderkant hiel

Dwichook Dwit Chagi – Achterwaartse trap met onderkant hiel

Dwikoomchi – Achterzijde hiel / Achillespees

Dwikoomchi Bandae Dollyo Chagi – Tegengestelde cirkeltrap met de achterkant hiel

Dwikoomchi Naeryo Chagi - Neerwaartse trap met de achterkant van de hiel

Dwit - Achterwaarts

Dwit Chagi – Achterwaartse trap

Dwit Koa Seogi – Achterlangs gekruiste stand

Dwitkoobi (Seogi) - Achterwaartse stand

Eolgool - Gedeelte van het lichaam boven de sleutelbenen

Eopeun – Horizontaal, d.w.z. handpalm naar beneden

Eotgeoreo - Kruiswering

Gabryu – Stop

Gamjeon (Hana) - Officiële bestraffing (1 minpunt)

Gawi - Schaar

Gawisonkeut - Schaarhand, gevormd door alleen wijs- en middelvinger

Geodeureo - Begeleiding / Ondersteuning

Gesi - Tijdstop

Gesok – Commando ‘Doorgaan’

Geuman - Commando ‘Stop’

Geup – Benaming van de 10 graden (bandkleuren) tot 1e Dan (ook Küp)

Goeri – Zijkant van de ribbenkast

Gyeong-go (Hana) – Officiële waarschuwing (½ minpunt)

Gyeong-Rye - Commando ‘Groeten’ (ook Kyeongre)

Gye Pa - Breektest

Gye-Sog – Commando ‘Doorgaan’ (na een onderbreking bij het sparren)

Gyopson - Kruiswering ter hoogte van het kruis, met open hand

Haktari Seogi – Kraanvogelstand

Hana - Eén

Hechyo – Uit elkaar

Hechyo Makki – Blok met buitenkant beide onderarmen

He-jeon – Gevechtsronde (bv. il he jeon = 1e gevechtsronde)

Heori – Taille

Hogo - Borstbeschermer

Hong – Rood / deelnemer in rode Hogo

Hosinsul – Zelfverdediging

Huryo Chagi – Zweeptrap (= Bandae Dollyo Chagi)

Hwangso Makki – Stierhorenblok

I – Twee (in samenstellingen)

Ibo Daeryon – 2-stapssparring

I-hoejeon – Tweede ronde

Il - Een (in samenstellingen)

Ilbo Daeryon – 1-stapssparring

Ilgop – Zeven

Il-hoejeon – Eerste ronde

Jabba Keulmyo - Vasthouden en trekken

Jabgo - Vasthouden

Jaechyo – Horizontale hand, palm naar boven

Jageun Dolcheogi – Parate houding, beide vuisten bevinden zich bij de linker- of rechterheup, voorste vuist verticaal

Jebipoom – Zwaluwvorm

Jeochyo – Omgekeerd, d.w.z. handpalm naar boven

Jireugi – Stoottechnieken

Joochoom Seogi – Paardrijstand

Joomeok - Vuist

Joonbi – Commando ‘Klaar staan’

Jui (Hana) - Officieuze waarschuwing (geen minpunt)

Kaljaebi – Tijgerbek / Booghand (ook Ageumson)

Kallyo - Commando ‘Stop/pauze’

Kam-jom-(hana) – Strafpunt

Keumgang - Lett. Diamant / Koreaanse berg / Poomsee voor 2e Dan

Keun Dolcheogi – Idem als Jageun Dolcheogi, met iets grotere afstand tussen de vuisten

Keuro Ollygi – Heffen

Keut – (Vinger)toppen

Kihap – Krachtkreet

Koa Seogi – Kruisstand

Kolchyo Chagi – Buitenwaartse Haak-trap, met Balnal of Baldeung (lijkt op Biteuro Chagi, met dit verschil dat het been gestrekt blijft, terwijl bij Biteuro Chagi het been eerst gebogen wordt alvorens te strekken)

Koobi – Gewricht

Koryo – Oude benaming voor Korea / Poomsee voor 1e Dan

Ku – Negende

Küp – Benaming van de 10 graden / bandkleuren tot 1e Dan (ook Geup)

Kyeongre – Commando ‘Groeten’ (ook Gyeong-Rye)

Makki – Weringen

Mejoomeok – Hamervuist, met de zijkant vuist (pinkzijde)

Meongge Chigi – Aanval door ellebogen naar buiten te brengen

Mikeurembal – Snelle houdingsverwisselen door verplaatsing van beide benen

Mileo Chagi – Duwtrap

Milgi – Duwen

Miteuro Paegi – Bevrijding van de onderarm uit een handgreep door een snelle draaiing van de onderarm

Moa Seogi - Gesloten stand

Modeumbal – Staand op een voet, steunend op de andere voet ernaast (langzame houdingsverandering naar Moa Seogi)

Mo-Joochoom Seogi – Paardrijstand, waarbij een voet t.o.v. de andere 1 voetlengte naar voren is geplaatst

Mok – Hals, nek

Mom – Lichaam

Momdollyo – Met draaiing via de rug om de lichaamsas / Spin

Momdollyo Bandae Dollyo Chagi – Tegengestelde cirkeltrap met draai via de rugzijde

Momdollyo Dwit Chagi – Achterwaartse trap met draai via de rugzijde

Momdollyo Yeop Chagi – Zijwaartse trap met draai van het lichaam via de rugzijde

Momtong – Gedeelte van het lichaam tussen sleutelbeenderen en navel

Mooreup – Knie

Mooreup Chagi – Kniestoot waarbij de tegenstander wordt vastgepakt

Mooreup Chigi – Kniestoot waarbij de tegenstander niet wordt vastgepakt

Mooreup Keokki – Handverdediging tegen Apchagi, waarbij de ene hand het been onderschept en het andere druk uitoefent danwel slaat op het kniegewricht

Mooreup Makki - Knie-blok (heffen van de knie als blok)

Mori - Hoofd

Myeonge – Borst, inz. Solaris Plexus

Myeonge Paegi – Bevrijding uit een omarming van achteren door beide armen gebogen op schouderhoogte te brengen

Naeryo – Neerwaarts

Naeryo Chagi – Neerwaartse trap

Naranhi Seogi – Parallelstand

Net – Vier

Nooleo – Drukkend of duwend

Nooleo Chagi – Druktrap

Nooleo Mumchugi – Afstoppen met Nooleo Chagi

O – Vijf (in samenstellingen)

Oen – Links

Oen Pyonhi Seogi - Pyonhi Seogi waarbij de rechtervoet (!) i.p.v. 45 graden 90 graden is gedraaid

Ollya -  Opwaarts (ook Ollyo)

Opeun = Eopeun

Oreun – Rechts

Oreun Pyonhi Seogi - Pyonhi Seogi waarbij de linkervoet (!) i.p.v. 45 graden 90 graden is gedraaid

Paegi – Bevrijdingen

Pal – Acht (in samenstellingen) / Arm (het lichaamsdeel)

Palkoop – Elleboog

Palmok – Onderarm

Panyaju – Semi-vrij sparren (ook Ban Chayu Daeryon)

Poomsee – Stijloefening

Pyojeok – Doel

Pyojeok Chagi – Doeltrap

Pyonhi Seogi - Naranhi Seogi, waarbij de voeten 45 graden naar buiten zijn gedraaid

Pyon-Joomeok – Open vuist (slechts twee van de drie vingerkootjes zijn opgerold)

Pyonson – Open hand

Pyonsonkeut – Speerhand

Sa - Vier (in samenstellingen)

Sabumnim – Leraar / Meester

Saju - Oefening in de vorm van een kruis

Sam – Drie (in samenstellingen)

Sambo Daeryon – 3-stapssparring

Sam-hoejeon - Derde ronde

Santeul – Bergvorm

Set - Drie

Seung – Winnaar

Seweo – Verticaal

Shijak – Commando ‘Start’

Son – Hand

Sonbadak – Binnenzijde van de gestrekte aaneengesloten vingers

Sondeung - Rug van de hand

Sonkeut – Vingers / Vingertoppen (ook: Keut)

Sonmok – Pols

Sonmok Paegi – Bevrijding van de pols uit een handgreep door een snelle rukachtige beweging van de betreffende pols naar de andere schouder

Sonnal -  Meshand (pinkzijde)

Sonnaldeung – Binnen meshand (duimzijde)

Sosum – Van onderen schuin naar voor

Taesan – Berg

Tasot – Vijf

Tchaetdari Jireugi – Parallelstoot naar twee tegenstanders, de ene vuist voor de helft gestrekt

Teok – Kaak / Kin

Ti - Band

Tiro Tora – Commando ‘Draaien/keren’

Tul – Twee

Twio – Gesprongen, vliegend

Wiro Paegi – Bevrijding van de onderarm uit een handgreep door een snelle rukachtige beweging van de onderarm naar boven

Yeop – Zijwaarts

Yeop Chagi – Zijwaartse trap

Yeopcha Mumchugi – Afstoppen met Yeop Chagi

Yeopcha Olligi – Zijwaartse zwaai met gestrekt been met Balnal

Yodol – Acht

Yosot – Zes

Yuk - Zes (in samestellingen)

Yul – Tien